Toepassing tijdvaktabel

 

HOOFDREGEL: tijdvaktabel gebruiken die overeenkomt met loontijdvak

De hoofdregel is: u gebruikt de tijdvaktabel die overeenkomt met het loontijdvak. Als u bijvoorbeeld met uw werknemer een loon per maand hebt afgesproken. Keert u pensioenen per kwartaal uit, dan gebruikt u de groene kwartaaltabel.

Op deze hoofdregel gelden uitzonderingen in de volgende 2 situaties:

Het loontijdvak wordt onderbroken, of uw werknemer treedt in het loontijdvak in of uit dienst.
U hebt parttimewerknemers.

 

 

Uitzondering 1: onderbroken loontijdvak of in- of uitdiensttreding in het loontijdvak

Als u in een loontijdvak van bijvoorbeeld een maand 1 of meer dagen geen loon betaalt aan een fulltimewerknemer, mag u de maandtabel niet gebruiken. Want dan zou u rekenen met een te hoog bedrag aan algemene heffingskorting en arbeidskorting. U gebruikt de week- en/of dagtabel voor de dagen waarover u wél loon betaalt, ook al is het loontijdvak van de werknemer geen week of dag. Voor elke volle werkweek gebruikt u de weektabel en voor de resterende werkdagen de dagtabel.

In de volgende gevallen gebruikt u de week- en/of dagtabel:

Een werknemer treedt in de loop van een loontijdvak in of uit dienst waardoor hij in het loontijdvak een aantal dagen geen loon krijgt.
Een werknemer krijgt in het loontijdvak een aantal dagen geen loon van u, maar een arbeidsongeschiktheidsuitkering rechtstreeks van UWV.
Een werknemer krijgt een aantal dagen geen loon, omdat hij onbetaald verlof opneemt.

 

 

 

Uitzondering 2: parttimerregeling

De hoofdregel en uitzondering 1 voor het gebruik van de tijdvaktabellen gelden niet voor parttimewerknemers (werknemers die gewoonlijk op minder dan 5 dagen per week werken).

Voor deze werknemers gebruikt u de tijdvaktabel die overeenkomt met het uitbetalingstijdvak. U kijkt dus naar de frequentie waarmee u het loon uitbetaalt en niet naar het werkelijke loontijdvak.

Het doet er niet toe of de parttimewerknemer binnen het loontijdvak regelmatig of onregelmatig werkt, bijvoorbeeld de ene week 3 en de andere week 4 dagen.

Of als de parttimewerknemer onbetaald verlof opneemt.

 

Let op!

Deze parttimerregeling geldt ook voor fulltimewerknemers die op 4 dagen werken. Bijvoorbeeld werknemers met een fulltimecontract van 36 uur die 4 keer 9 uur werken.
Bij de parttimerregeling mag u niet de kwartaaltabel gebruiken.

 

 

Tijdvaktabellen: bijzondere situaties (zie handboek loonheffing paragraaf 7.3.5.)

Voor de volgende bijzondere situaties gelden speciale regels voor het gebruik van de tijdvaktabellen:

Uw werknemer heeft een loontijdvak van 6 of 7 dagen.
Uw werknemer heeft een loontijdvak van korter dan een dag.
Uw werknemer heeft een loontijdvak van een jaar.
Uw werknemer heeft een loontijdvak waarvoor geen tabel bestaat.
Uw werknemer heeft verschillende loontijdvakken.
U doet nabetalingen van tijdvakloon (vertraagd uitbetaald tijdvakloon).
Het kalenderjaar heeft 53 weken en uw werknemer heeft een loontijdvak van een week of 4 weken.
U hebt studenten of scholieren in dienst. - U hebt oproepkrachten in dienst.

 

 

Oproepkrachten met verschijningsplicht (ook nul-urencontracten)

Bij oproepkrachten met verschijningsplicht loopt de dienstbetrekking door. U toetst of het om een parttimer gaat, dat wil zeggen of uw werknemer gewoonlijk op minder dan 5 dagen per week werkt. Er zijn 2 mogelijkheden:

Het gaat om een parttimer. Dan is het loontijdvak gelijk aan het uitbetalingstijdvak (Uitzondering 2: parttimerregeling).
Het gaat niet om een parttimer. Dan bepaalt u per oproep wat het loontijdvak is. De hoofdregel voor het gebruik van tijdvaktabellen geldt (Hoofdregel).

 

Oproepkrachten zonder verschijningsplicht

Bij oproepkrachten zonder verschijningsplicht zijn er 3 situaties mogelijk:

De oproepkracht wordt voor een langere periode opgeroepen en werkt in die periode 5 of meer dagen per week. Deze situatie is gelijk te stellen met een fulltimecontract voor een bepaalde periode. In dit geval bepaalt u per oproep wat het loontijdvak is en u gebruikt de bijbehorende tijdvaktabel.
De oproepkracht wordt voor een langere periode opgeroepen en werkt in die periode minder dan 5 dagen per week. In deze situatie geldt de regeling voor parttimers (Uitzondering 2: parttimerregeling). Het loontijdvak is gelijk aan het uitbetalingstijdvak.
De oproepkracht wordt voor een korte periode opgeroepen. U bepaalt dan per oproep wat het loontijdvak is en u gebruikt de bijbehorende tijdvaktabel.